Algemeen
Met deze link komt U terecht op het mamoutKB over de verdeling en het gebruik van geneesmiddelen. Deze wet slaat op de hele distributieketen van zowel humane als diergeneeskundige geneesmiddelen en bevat onder andere de volledige beschrijving van het cascade systeem.
MamoutKB even geduld want dit is een zeer groot KB vandaar de naam

Informatie over de voedselketen - runderen, schapen, geiten
Aan:
- de beroepsverenigingen van de veehandelaars, veehouders en slachthuizen
- de exploitanten van slachthuizen (herkauwers)
- de beroepsverenigingen van dierenartsen
- de dierenartsen belast met de epidemiologische bewaking van de rundveehouderijen.
![]() |
Correspondent: | Griet De Smedt | |||
| Toestel nummer: | 02/211 85 90 |
||||
| E-mail: | griet.desmedt@favv.be | ||||
| Uw brief van: | Uw kenmerk | Ons kenmerk | Bijlagen | Datum | |
| PCCB/GDS/337084 | 4 | 19/08/2009 | |||
| Betreft: | Informatie over de voedselketen - runderen, schapen, geiten | ||||
Bijlagen (downloadbare .pdf-documenten):
- Bijlage 1: door de houder van runderen (>12 maanden) minimaal te verstrekken informatie
- Bijlage 2: door de houder van schapen en geiten minimaal te verstrekken informatie
- Bijlage 3: modelformulier "voedselketeninformatie runderen"
- Bijlage 4: modelformulier "voedselketeninformatie schapen en geiten"
De Europese regels in verband met de voedselketen zijn voor een belangrijk deel vastgelegd in de Verordeningen van het zgn. hygiënepakket (1). Dat wil zeggen dat deze regels rechtstreeks van toepassing zijn voor alle ondernemers in de voedselketen, ook de veehouders. Ze leggen op dat de veehouders voor elk dier/elke groep dieren dat/die ze naar het slachthuis sturen aan de slachthuisexploitant informatie over de voedselketen (korter: voedselketeninformatie of VKI) dienen te bezorgen. Omgekeerd, mogen slachthuisexploitanten geen dieren tot het terrein van het slachthuis toelaten zonder dat ze beschikken over informatie over de voedselketen.
De veehouder dient daartoe de nodige gegevens bij te houden in zijn bedrijfsregisters en deze gegevens over te maken aan de slachthuisexploitant. De slachthuisexploitant dient de informatie te gebruiken om zijn beleid mee te voeren: het al of niet aanvaarden van de dieren, het nemen van bijzondere voorzorgen bij het slachten, ...
Het FAVV tenslotte ziet toe op de aanwezigheid en de geldigheid en betrouwbaarheid van de informatie.
Voor de varkenssector is het VKI-systeem reeds van toepassing sedert 1 januari 2008, voor de paarden- en kalversector sedert 1 januari 2009. Voor de volwassen runderen (2), schapen en geiten moet dit systeem volledig operationeel zijn tegen 31 december 2009.
De informatie over de voedselketen dient, overeenkomstig de Europese regels, in het bijzonder betrekking te hebben op:
- de status van het bedrijf of de regio van herkomst van de dieren op het vlak van de dierengezondheid;
- de gezondheidsstatus van de dieren;
- de toegediende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of andere behandelingen die de dieren binnen een relevante periode hebben ondergaan, tezamen met de data van toediening of behandeling en wachttijden, wanneer er een wachttijd is;
- de aanwezigheid van ziekten die de veiligheid van het vlees in het gedrang kunnen brengen;
- indien relevant voor de bescherming van de volksgezondheid, de resultaten van de analyses van de bij de dieren genomen monsters of van andere voor het diagnosticeren van ziekten die de veiligheid van vlees in het gedrang brengen, genomen monsters, met inbegrip van monsters die in het kader van de bewaking en de bestrijding van zoönoses en residuen worden genomen;
- de relevante verslagen over de resultaten van eerdere ante mortem- en post mortemkeuringen van dieren van hetzelfde bedrijf van herkomst, met name verslagen van de officiële dierenarts; de productiegegevens, wanneer die ziekten aan het licht kunnen brengen,
- en naam en adres van de dierenarts die normaliter het bedrijf van herkomst diensten verleent.
De slachthuisexploitant is gehouden de voedselketeninformatie op te vragen bij diegenen die de dieren ter slachting aanbieden.
In principe dient de voedselketeninformatie uiterlijk 24 uur op voorhand bij het slachthuis toe te komen.
Er wordt evenwel toegestaan dat de voedselketeninformatie tegelijk met de dieren toekomt op het slachthuis als de dieren niet rechtstreeks van de veehouderij naar het slachthuis worden gestuurd. Concreet: als de dieren via bv. een veemarkt of een verzamelcentrum naar het slachthuis worden gestuurd, mag de voedselketeninformatie de dieren vergezellen en hoeft ze niet 24 uur op voorhand in het slachthuis aanwezig te zijn. Als er tussen de veehouder en het slachthuis een tussenhandelaar is opgetreden, is deze verantwoordelijk voor het binnen de voorziene periode doorgeven van de voedselketeninformatie aan het slachthuis.
Indien de slachthuisexploitant na de beoordeling van de voedselketeninformatie beslist om de dieren voor slachting te aanvaarden, moeten de gegevens onmiddellijk ter beschikking worden gesteld van de officiële dierenarts. Voorafgaand aan de ante mortemkeuring (onderzoek van het levende dier vóór de slachting) dient de officiële dierenarts in kennis te worden gesteld van alle informatie die kan duiden op een (gezondheids)probleem bij het dier/de groep dieren dat een invloed kan hebben op de voedselveiligheid.
Wanneer een dier bij het slachthuis aankomt zonder informatie over de voedselketen, dient de slachthuisexploitant onmiddellijk de officiële dierenarts daarover in te lichten. Het dier mag niet worden geslacht zolang de officiële dierenarts daarvoor geen toestemming heeft gegeven en de informatie dient alsnog binnen 24 uur na aankomst van het dier in het slachthuis toe te komen.
Praktische toepassing
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2074/20051 dient het FAVV mede te delen welke informatie door de veehouder minimaal aan het slachthuis dient te worden bezorgd. In de bijgaande tabellen (bijlage 1 voor runderen en bijlage 2 voor schapen en geiten) vindt u een opsomming van en verduidelijking bij de minimale te verstrekken informatie. Bij de opmaak van deze tabellen werd rekening gehouden met het advies van het Wetenschappelijk Comité van het FAVV2 en de opmerkingen van de beroepsorganisaties van veehouders, veehandelaars, slachthuizen en dierenartsen. Indien u over deze minimale informatie of de inhoud van bijlage 1 en 2 twijfels mocht hebben, dan kan u bijvoorbeeld bij uw dierenarts te rade te gaan.
De wijze van gegevensoverdracht (op papier, onder elektronische vorm) is vrij. Indien niet gekozen wordt voor een gegevensoverdracht langs elektronische weg, dient als volgt te worden gehandeld:
- voor runderen: op de achterkant van het paspoort dient een zelfklever te worden aangebracht waarop wordt aangeduid of er al dan niet relevante informatie te melden valt. Deze zelfklevers kunnen worden bekomen bij DGZ en ARSIA. Enkel in het geval er effectief relevante informatie te melden valt, dient bijkomend het in bijlage 3 toegevoegde modelformulier te worden ingevuld en 24 uur op voorhand te worden bezorgd aan het slachthuis.
- voor schapen en geiten: het in bijlage 4 toegevoegde modelformulier dient te worden gebruikt.
Gezien middels de papieren informatiestroom de 24-uurregel moeilijker kan worden nageleefd, zal op termijn de elektronische communicatie de enige methode vormen waarmee aan de bepalingen van de Verordeningen geheel kan worden voldaan.
De vermelde formulieren zijn ook onder elektronische vorm beschikbaar via de FAVV-website (www.favv.be). Om te garanderen dat de gegevens voldoende actueel zijn, zijn de formulieren maximum 7 dagen geldig. Indien evenwel in de periode van de geldigheidsduur van de voedselketeninformatie nieuwe behandelingen of analyses zouden zijn uitgevoerd en/of ziektes of abnormale sterfte zouden zijn vastgesteld, dient nieuwe voedselketeninformatie te worden opgesteld en te worden overgemaakt aan het slachthuis.
De manier waarop de slachthuisuitbater op zijn beurt de voedselketeninformatie aan de officiële dierenarts aanbiedt, is eveneens vrij. Met het oog op een vlot verloop van de keurings-en slachtwerkzaamheden, is het evenwel gewenst dat in elk slachthuis de voedselketeninformatie op een uniforme wijze aan de officiële dierenarts wordt voorgelegd. Daartoe dienen in elk slachthuis concrete afspraken te worden gemaakt tussen de exploitant en de officiële dierenarts1.
De bewaartijd van de gegevens bedraagt 2 jaar voor de slachthuizen en 5 jaar voor de veehouders2.
Als een dier via tussenpersonen (al of niet via een markt) wordt verhandeld, dient elke tussenpersoon/handelaar de voedselketeninformatie op te vragen bij elke vorige houder en de voedselketeninformatie desgevallend aan te vullen. In elk geval dient de gehele periode waarover voedselketeninformatie vereist is, afgedekt te zijn door de finaal aan het slachthuis bezorgde informatie. Deze periode varieert naargelang het type informatie waarover het gaat: ziektes, sterfgevallen, behandelingen, … (zie bijlage 1 en 2).
Intracommunautair handelsverkeer
Voor wat betreft het intracommunautair handelsverkeer, geldt het volgende:
- voor het verzenden van runderen, schapen en geiten uit een EU-Lidstaat naar een in België gelegen slachthuis. De bevoegde autoriteiten van de Lidstaten van waaruit de dieren naar België worden verzonden, worden op de hoogte gebracht van het Belgische modelformulier met de vraag dit op te leggen aan de exporteurs naar België. Totdat communautaire of formele bilaterale afspraken met de betrokken lidstaten gemaakt worden, zullen in een overgangsperiode ook de formulieren van het land van verzending aanvaard worden.
- voor het verzenden van runderen, schapen en geiten uit België naar een in een andere EU-Lidstaat gelegen slachthuis, wordt het formulier van het land van bestemming gebruikt. De formulieren, evenals specifieke begeleidende of overgangsmaatregelen, zullen, zodra gekend, op de FAVV-website kenbaar worden gemaakt. Bij afwezigheid van specifieke regels, kan de Belgische aanpak worden toegepast.
Hoogachtend,
Herman Diricks,
Directeur-generaal
1. Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne. Publicatieblad van de Europese Unie, L 226 van 25.06.2004. (bijlage I, deel A, III, punten 7 en 8) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Publicatieblad van de Europese Unie, L 226 van 25.06.2004. (bijlage II, sectie III) Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. Publicatieblad van de Europese Unie, L 226 van 25.06.2004. (bijlage I, sectie I, hoofdstuk II, A en sectie II, hoofdstuk II) Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde producten die onder Verordening (EG) nr. 853/2004 vallen en voor de organisatie van officiële controles overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 854/2002 en (EG) nr. 882/2004, tot afwijking van Verordening (EG) nr. 852/2004 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004. Publicatieblad van de Europese Unie, L 338 van 22.12.2005. (artikel 1 en bijlage I) Verordening (EG) nr. 2076/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004. Publicatieblad van de Europese Unie, L 338 van 22.12.2005. (artikel 8)
2. Onder volwassen runderen wordt verstaan: runderen ouder dan 12 maanden.


Geachte Mevrouw, Mijnheer,
